Ooit, toen ik in Engeland naar de Tower ging om de kunstschatten te bekijken, was ik stomverbaasd over de werkelijk enorme hoeveelheid buitenlandse kostbaarheden die daar lagen. Uit landen die destijds koloniën waren. Maar ook Nederland had koloniën en laadde de schepen vol, met alles wat maar waarde had.
Koloniën, landen waar wij, de overheersers, binnenwandelden; rondkeken en dan zeiden: valt hier wat te halen? Dan heten we onszelf hier van zeer harte welkom. Vervolgens werden de wapens gehanteerd of het leger opgetrommeld tegen de onwillige bevolking, om de orde te handhaven, want dat ging vaak niet vanzelf.
In Nederland waren de Oost-Indische en West-Indische compagnie de instanties die zich hiermee bezighielden.  Gevolgd door hordes goedbedoelende missionarissen, ontwikkelingsorganisaties en onderwijzers om de heidenen de hemel in te krijgen, en "beschaving" te brengen.
Maar op de achtergrond speelde altijd de Nederlandse handelsmentaliteit de boventoon.
Geld verdienen. Dankzij vaak bloedige onderdrukking cq mishandeling en de onwetendheid van de bevolking, werden er zaken gedaan. Naast alle ellende voor de bevolking kwam daar ook nog eens de kunstroof bij. Met door eerlijke "ruilhandel" verkregen goederen, werden schepen volgeladen onder meer met kunst. Het waren toch onze koloniën?

Nee, het was bezet gebied! En nu moet het teruggeven worden.
Ik zag het zuinige mondje en de aarzeling waarmee dit feit besproken werd.