Op de avond voorafgaand aan de Slag om Grolle belandde ik een staartje van een felle discussie tussen een re-enactor en een voorbijganger. De re-enactor was drukdoende om zijn “zeventiende-eeuwse onderkomen” voor de komende paar dagen op te bouwen en deze zo historisch verantwoord mogelijk in te richten. Er werd hierbij gebruik gemaakt van een roestvrijstalen ladder. Hier en daar werden zaken vastgezet met behulp van een accuboormachine. De voorbijganger vroeg zich  spottend hardop af of dergelijke moderne hulpmiddelen wel acceptabel waren. Vervolgens opperde deze voorbijganger triomfantelijk dat deze de komende dagen op zoek zou gaan naar meer van dergelijke momenten die niet historisch verantwoord waren. Om daar vervolgens kond van te doen op social media en waar maar mogelijk. Zoals bijvoorbeeld een van het slagveld komende huurling die een selfie staat te maken. De re-enactor, die met het zweet op het voorhoofd zich uit de naad stond te werken, schoot dit duidelijk in het verkeerde keelgat. Hij riep boos: “Zo kun je alles wel uit zijn verband gaan trekken en belachelijk maken”. Waarop de voorbijganger reageerde in de richting van de re-enactor dat hij dat zelf ook deed, want dacht hij nu werkelijk dat het leven zo leuk was in de zeventiende eeuw? Zo gingen de verwijten nog een tijdje over en weer. De re-enactor werd al uit zijn tent gelokt voordat hij überhaupt de gelegenheid had gekregen deze op te zetten. Er vond als het ware al een schermutseling en gevecht plaats, terwijl de Slag de volgende dag pas zou beginnen. Na deze discussie vervolgde ik mijn weg door het stadje. Overal zag ik een bedrijvigheid van buren, vriendengroepen en verenigingen die hun onderkomen voor de komende dagen aan het opbouwen waren. Dit alles in de alom zo bekende sfeer van Achterhoekse gemoedelijkheid. Een sfeer van gemeenschapszin waarin je met elkaar de schouders eronder zet. Om zo gezamenlijk een mooi evenement te organiseren. Tussendoor marcheerden en exerceerden al de eerste re-enactors komende vanuit zestien landen en van drie continenten. Je zag de mensen genieten en verbroederen met elkaar. Dit alles passerend viel mijn oog op een opgestelde schandpaal. Ik moest gelijk weer aan de historie met de betreffende voorbijganger denken. Ik vroeg mij af of deze het  verantwoord zou vinden om hier een tijdje aan genageld te worden, maar hij had de aftocht al geblazen.

Reageren op deze column? Mail naar: redactie@mijnmagazine.nl

Klik hier om jouw puzzel in te sturen