Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje. Oftewel: Doe je plicht en laat de mensen maar praten. Het is het motto van Anton Stapelkamp. Hij fungeert ruim een jaar als burgemeester van de gemeente Aalten. Daarvoor was hij eerste burger van de Zeeuwse gemeente Kapelle.

Wat is uw ambitie als burgemeester?
“Onze democratische rechtsstaat en de Europese samenwerking lijken onder druk te staan. Daartoe wil ik de band tussen burger en gemeente versterken, de burger moet ons – hun overheid - (blijven) vertrouwen. Daarvoor is het nodig dat we als bestuurders/volksvertegenwoordigers benaderbaar zijn, luisteren naar wat mensen te zeggen hebben, maar ook betrouwbaar, open, duidelijk en consequent zijn. Dat we durven toegeven dat er wel eens dingen mis gaan, ook wij zijn maar mensen. Gelukkig maar.”

Waarom bent u geknipt voor deze functie?
“Dat zou u aan de raad moeten vragen, die verkoos mij immers boven twintig anderen. Maar ik geniet van de omgang met mensen en dat is denk ik wel een basisvoorwaarde. Verder heb ik ondertussen de nodige levenservaring en een brede algemene ontwikkeling. En ik heb veel aan mijn opleiding staats- en bestuursrecht.”

Wat maakt uw gemeente zo bijzonder?
“Een vaak warme gemeenschap waar mensen veel met elkaar weten te regelen en te organiseren. Harde werkers zonder kapsones. Trots op het eigen dorp of buurtschap maar ook op de streek.”

Wat is uw favoriete plekje in de gemeente?
“Onmogelijke vraag. Er zijn zoveel leuke plekjes, zoals Konditorei Geradts op de grens van Dinxperlo, het Kloosterbos boven Bredevoort, het Nationaal Onderduikmuseum maar natuurlijk ook de eeuwenoude boerderij ‘t Stapelkamp aan de Kiefteweg. Ik heb al heel wat familie en vrienden rondgeleid en elke keer weer zijn ze aangenaam verrast door alles wat we te bieden hebben.”

Wat is uw levensmotto?
“Thuis – ik had een 100% Friese moeder – hing een tegeltje dat me altijd erg aansprak: Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje. Fries voor Doe je plicht en laat de mensen maar praten. Ik heb er nu ook eentje thuis hangen.”

Hoe houden we de Achterhoek leefbaar en interessant?
“Door meer de kwaliteiten van dit gebied en haar bewoners en ondernemers uit te dragen naar buiten, niet te bescheiden zijn. Dus ook zelf naar buiten treden en je verhaal doen in Arnhem, Den Haag en Brussel. Velen daar kennen ons maar beperkt en dus moet je ze hier naar toe halen om het te laten ervaren. Maar ook door eerlijk en kritisch naar onszelf kijken: wat is middelmatig, wat kan en moet beter? Elkaar ook meer gunnen en niet alleen willen samenwerken als het voor jezelf beter is.”

Waar kunt u zich over opwinden?
“Als mensen geen rekening met elkaar houden, elkaar beschadigen. En als mensen de regels aan hun laars lappen.”

Waar wordt u echt blij van?
“Als ik mensen bij elkaar kan brengen, tegenstellingen kan overbruggen.”

Als u geen burgemeester was geworden, wat had u dan willen doen?
“Ik ben hiervoor wethouder geweest en daarvoor docent en coördinator in het mbo. Ook dat waren leuke banen waar ik veel van mezelf in kwijt kon. Maar er gaat echt niets boven burgemeester van de gemeente Aalten.”

Waar bent u het meest trots op?
“Op mijn opa, Herman. Een wijze, milde man met rotsvaste overtuigingen en principes. Geboren op een klein boerderijtje op de Kemena in Aalten moest hij als twaalfjarig jongetje al meewerken in de kammenfabriek van Ten Dam&Manschot voor het gezinsinkomen. Dankzij avondopleidingen kon hij de armoede ontvluchten. In de oorlog verbood hij zijn drie oudste zoons om gevolg te geven aan de oproep voor de Arbeitseinsatz. Werken voor de Nazi’s was in strijd met zijn gereformeerde geloof. Hij werd er voor opgepakt en zat bijna een jaar vast in Vught. Desondanks was hij bereid om in 1949 in het kader van kerkelijke verzoeningsacties een Duitse jongen vijf maanden op te nemen in zijn gezin. “Je kan niet het Onze Vader bidden en zelf niet vergevingsgezind zijn”, was zijn overtuiging. Die morele kracht vind ik inspirerend.”