Tonnie Linnenbank is al zo’n 35 jaar betrokken bij het terreinbeheer van De Graafschap. Eerst via werkvoorzieningsschap Wedeo en de afgelopen twaalf jaar in vaste dienst van de Doetinchemse voetbalvereniging. De ‘grasmeester’ heeft er veel plezier in. “Het is prachtig werk en dat bij de mooiste club van Nederland.”

Tonnie Linnenbank werd onlangs 66 jaar. De inwoner van Doetinchem stelt zijn pensioen nog even uit. Hij verlengde zijn contract met nog eens twee jaar. “Daar ben ik heel blij mee. Ik moet er niet aan denken om achter de geraniums te gaan zitten, want ik ga iedere dag fluitend naar mijn werk.” Tonnie is er medeverantwoordelijk voor dat de velden van De Graafschap er prima bijliggen. Het gaat dan om het hoofdveld op De Vijverberg en de trainingsvelden op De Bezelhorst. “Ieder grassprietje verdient aandacht”, benadrukt hij. “Een goed veld is van groot belang voor de kwaliteit van het voetbal. We gaan er dan ook heel gedegen mee om.” Rollen heeft geen gunstig effect, aldus de grasmeester. “Handwerk vormt de basis, dat zie je terug tijdens de herstelwerkzaamheden na een wedstrijd of training.” De werkzaamheden worden door een team medewerkers gedaan, waaronder mensen met een beperking. “Ik begeleid ze en dat geeft me veel voldoening. Als ze starten, weten ze amper iets. Een tijdje later kunnen ze meestal alles. Heel mooi om te zien.” Het seizoen eindigde door het coronavirus noodgedwongen eerder dan verwacht. Toch moeten de velden in goede conditie blijven. “Het is kurkdroog, dat betekent veel beregenen.” Linnenbank baalt er nog steeds van dat De Graafschap het komend seizoen niet terugkeert in de eredivisie. “Echt heel jammer, onterecht ook. Hopelijk lukt het volgend jaar, want de club en de supporters verdienen het.”

Wat is in jou ogen een Superboer?
“Een Superboer is een supporter die in goede en slechte tijden achter de club blijft staan. Gelukkig hebben we er daar veel van. Ik vind het fantastisch om te zien dat het stadion van De Graafschap altijd zo vol zit, dat is zelfs zo als het sportief even wat minder draait.”

Wat is je eerste herinnering aan De Graafschap?
“Als jonge knaap ging ik al naar De Graafschap met mijn oudere broers. We stonden op de Spinnenkop om het team aan te moedigen. Hier zou ik wel willen werken als ik groot ben, dacht ik toen. Nou, die droom is mooi uitgekomen.”

Wat is je beste herinnering aan De Graafschap?
“Dat we iedere keer naar hard werken weer promoveerden. En dat in 2012 de poging om over te gaan op kunstgras uiteindelijk niet doorging. Kunstgras is in mijn ogen geen gras. De actie van supporters die destijds symbolisch een heel stuk natuurgras voor de hoofdingang van het stadion legden, staat me nog helder op het netvlies.”

Hoe zie je je eigen toekomst bij de club?
“Nog zeker twee jaar hard werken aan een goede grasmat. Daarna zal ik de club op de voet blijven volgen. Ik ben namelijk ook gewoon supporter.” 

Wat moet de club doen om een stabiele eredivisieclub te worden?
“Blijven investeren. Niet alleen in goede spelers, ook in een goede grasmat.”

Welke oud-speler zou prima in het huidige elftal passen?
“Ik ben altijd erg onder de indruk geweest van Robin Pröpper, een prima speler. Hij had ook wel eens een mindere wedstrijd, maar zijn lijfspreuk was: ‘altied deurgoan.’ Daar houd ik ook van. Het past bij De Graafschap en bij onze streek.”

Wie is de beste ambassadeur van De Graafschap?
“Zonder twijfel, onze algemeen directeur Hans Martijn Ostendorp. Hij is dag en nacht bezig om de club positief op de kaart te zetten en wil ook maatschappelijk wat voor de regio betekenen.”

Wat is mooier dan voetbal in het algemeen en De Graafschap in het bijzonder?
“Mijn vrouw Nelly die altijd achter mij staat en mijn kinderen en kleinkinderen die ook een blauw wit hart hebben.”

Klik hier om jouw puzzel in te sturen