Albert en Irma verhuisden in oktober 2017 vanuit Gouda naar Dinxperlo. Ze hebben het erg naar hun zin. “In het westen is het druk en de mensen zijn afstandelijk. We zochten iets in de Achterhoek na een vakantie op een vakantiepark in Groenlo. De natuur, de rust en de mentaliteit. Het sprak ons geweldig aan. Die vriendelijkheid voelt als een warme deken.”

Zaanse Schans
De modelspoorbaan op de verdieping van het woonhuis in Dinxperlo is indrukwekkend en meet ruim 20 meter. Dan zijn de schaduwstations nog niet eens meegeteld. Hier kijken mensen hun ogen uit, ook kinderen vinden het prachtig. Het gaat om een fraaie modelspoorbaan met typisch Nederlandse elementen die een indruk geeft van de periode 1945 tot 1978, het zogenoemde tijdperk 3. De Zaanse Schans komt er onder andere tot leven. Originele huisjes, een sluisje, een bruggetje, uiteraard de molens. Het is er allemaal bij de Nederlandse H0 baan met een schaal van 1 op 87. Er zijn 21 locomotieven, 13 treinstellen, tientallen rijtuigen en circa vijftig goederenwagons te bewonderen. De collectie met alle randonderdelen is een kapitaal waard. De bedenker, maker en ‘machinist’ is er maar wat blij mee en trots op. “Ik ben altijd ‘treinengek’ geweest. Als klein jochie stond ik in mijn geboorteplaats Gouda altijd al uren te kijken bij de spoorwegovergang. Daar werden de postkarretjes getrokken door een gemotoriseerde gele kar, waar een stationsbeambte sturend met zijn voeten, het treintje naar de gereedstaande auto’s manoeuvreerde. Met Sinterklaas kreeg ik, toen ik tien jaar was mijn eerste elektrische trein. Het ging om een stoomlocje van Märklin, een paar goederenwagentjes en een ovaaltje met rails en natuurlijk de grote blauwe trafo.”

40 jaar NS
Het treinenvirus verdween nooit. Albert zou het liefst machinist zijn geworden. Het zat er niet in omdat hij een bril droeg. “Heel jammer, maar daardoor is het wel een dierbare hobby geworden. Ik heb trouwens wel veertig jaar bij de NS gewerkt, het betrof een administratieve functie.” Het is een passie waar veel tijd en geld in gaat zitten. Zijn partner Irma klaagt niet, geniet zelf ook van de modelspoorbaan en levert een bijdrage door zelf onderdelen te ontwerpen en maken. “Toch zijn er ook mensen die het maar een vreemde gewaarwording vinden”, zegt Albert. “Speel jij nog met treintjes?, zeggen ze dan. Dat is natuurlijk tegen het zere been. Dan volgt een passende reactie.” Albert blijft er jong bij. Als er iets aan de baan mankeert moet hij al tijgerend richting het onderdeel. De modelspoorbaan is nooit af. “Er blijft altijd werk aan de winkel, dat houdt het boeiend. Veel ruimte voor uitbreiding is er niet meer, het staat redelijk vol. “Eén zijde biedt nog uitkomst. En ik wil nog een brug die je moet optakelen bij de entree van de treinenkamer. De baan openstellen voor publiek is zeker een optie voor de toekomst. Dan kunnen ook andere mensen ervan genieten.”